Op de spellenbeurs Noorderspel in Groningen heb ik een hele dag zitten Denkdobbelen met ouders en kinderen. Een meisje van 5 kwam met haar oma bij me aan tafel zitten. Ze dobbelde de vraag ‘Moeten torens fietsen?’ Het meisje dacht even na. Haar oma wilde het meisje kennelijk helpen en zei; ‘Nee, hè, dat kunnen torens natuurlijk niet want ze hebben geen benen.’ Dat was jammer want nu stopte het meisje meteen met denken terwijl ze misschien wel iets heel moois uit zat te broeden. Nu knikte ze braaf en het gesprek was ten einde. Lees meer
Thuis aan de keukentafel
Gratis lesbrief omdat april de maand van de filosofie is
Veel ouders willen dat hun kind een gastvrij persoon wordt. Vriendjes moeten welkom zijn en je speelgoed moet je als ze komen spelen met hen delen. Maar wat is gastvrij zijn eigenlijk? Hoe ver moet je gaan met die gastvrijheid? Waarom is het goed? En is het verplicht om gastvrij te zijn? Daarover kun je met kinderen filosoferen na het voorlezen van het verhaal ‘De speellijst’ over Jurre die het zo lastig vindt om zijn speelgoed te delen dat zijn vriendje boos wegloopt. Dit verhaal staat in de gratis lesbrief ‘Wat is gastvrijheid?’ Lees meer
Praatplaatjes – filosoferen met jonge kinderen
Zomaar wat vragen waarover je kunt filosoferen met kleuters. Het zijn vragen uit de nieuwe kaartenset Praatplaatjes, speciaal ontwikkeld om te filosoferen met jonge kinderen. Praatplaatjes is de opvolger van de succesvolle Praatprikkels die al bijna aan haar zesde druk toe is en bekroond werd met de Berrie Heesenprijs in 2012. Er is veel vraag naar Praatprikkels voor kleuters. Maar jonge kinderen vereisen net een wat andere aanpak en dus werden het geen Praatprikkels maar Praatplaatjes. Op deze manier is filosoferen zeker niet te moeilijk voor ze.
Debat is een sport, dialoog een kunst
Gedist! Discussiëren kunnen pubers wel, maar een dialoog aangaan is nogal eens een heel ander verhaal. Filosofie kan een goede methode zijn om ze dit te leren. School is de juiste plek, bijvoorbeeld in de mentorklas, maar ook de keuken- of campingtafel. Een bruikbaar hulpmiddel daarbij is het filosofenkwartet van Uitgeverij Lemniscaat. Niet zozeer vanwege het spel maar vanwege de citaten, filosofen en stromingen die op de kaartjes staan. Deze kun je op diverse manieren gebruiken om met deze leeftijdsgroep te filosoferen en ze zo te leren tot een dialoog te komen en eens samen na te denken in plaats van tegenover elkaar te staan. Lees meer
Haal meer uit het voorlezen door te filosoferen
Voorlezen wordt in de klas meestal ingezet als moment van ontspanning voor de kinderen. Dat je hierdoor op een passieve manier ook aan leesbevordering doet en aan de taalontwikkeling werkt is mooi meegenomen. Je zou echter veel meer uit het voorlezen kunnen halen, bijvoorbeeld door het voorgelezen boek als aanleiding voor een filosofisch gesprek te gebruiken.
Maar, hoe doe je dat?
Praatprikkels – voor eens een ander gesprek met je kind
Het is leuk en belangrijk om met kinderen te praten. Dus stel je vragen als ‘hoe was het op school vandaag?’ of ‘wat heb je dit weekend gedaan?’. Helaas blijken deze lang niet altijd prikkelend genoeg om tot een goed gesprek te komen. Een gesprek dat echt ergens over gaat, diepgang heeft, een filosofisch gesprek bijvoorbeeld.
De belangstelling om met kinderen te filosoferen groeit. In tijden van crisis ontstaat er sowieso meer behoefte aan verdieping. Er zijn diverse boeken met methodes om tot een filosofisch gesprek met kinderen te komen. Deze methodes vragen vaak nogal wat voorbereiding. In de dagelijkse praktijk schiet het filosoferen er dan ondanks goede zin en voornemens toch bij in.
Daarom zijn de Praatprikkels ontwikkeld. Praatprikkels zijn kaartjes met daarop een filosofische vraag en bieden zo een laagdrempelige manier om met kinderen te filosoferen. Je pakt ze er zo even bij in de kring of thuis aan tafel. Je trekt een kaartje en het gesprek kan beginnen.
De waarde van filosoferen is dat je echt contact maakt.
Samen met mijn zoontje van zes pluk ik aalbessen. Na een tijdje zegt hij: ‘Zou de bessenstruik dat niet erg vinden dat we zijn bessen plukken?’ Mijn eerste neiging is om te zeggen ‘nee hoor, daar merken planten niks van’. Maar gelukkig realiseer ik me op tijd dat het een prachtige filosofische vraag is en deze dus ook als zodanig behandeld moet worden. Net op tijd zeg ik:


